Begin jaren ’60 kwamen de eerste Molukkers in Eerbeek wonen. Het multiculturele Eerbeek dat behoort bij de gemeente Brummen, telt tegenwoordig ca. 120 inwoners van Molukse komaf. In de afgelopen jaren is er veel bereikt vanuit behoefte aan erkenning van de pijnlijke voorgeschiedenis. In 2023 werd behoud van graven van de eerste generatie geregeld. In 2025 kreeg kerk Silo de status van gemeentelijk monument. En op 3 okt. 2026 werd een Moluks monument op het Oranje Nassauplein onthuld.

Op de Algemene Begraafplaats in Eerbeek liggen 26 Molukse ex-KNIL-militairen begraven. Sinds 2023 zijn de grafrechten van deze graven omgezet van bepaalde naar onbepaalde tijd. Deze beslissing is van grote betekenis voor de Molukse gemeenschap, omdat het behoud van deze graven hun historische band met Nederland symboliseert.
De Molukkers kwamen in de jaren ’50 naar Nederland, na de dekolonisatie van Indonesië, als onderdeel van de Koninklijke Landmacht, waar zij na de opheffing van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) tijdelijk waren ondergebracht. Na een lange periode van ‘tijdelijke’ opvang in woonoorden, vestigden ongeveer 40 gezinnen zich in 1963/64 in Eerbeek en maakten een ingrijpende periode van aanpassing door. Het behoud van deze graven is dan ook niet alleen een herinnering aan de Molukse ex-KNIL-militairen, maar ook aan de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Eerbeek. Als deze graven worden ontruimd, zou een belangrijk stuk gedeelde geschiedenis tussen Molukkers en Nederlanders verloren gaan. Begraafplaatsen weerspiegelen immers het verleden en maken de geschiedenis zichtbaar voor toekomstige generaties.


Oja Bakarbessy-Tusmain
“Ik ben samen met mijn man en twee kinderen in 1951 met het schip Skaubryn vanaf Java naar Nederland vertrokken. Toen we in Nederland aankwamen, moesten we nog één nacht op de boot slapen voordat we aan wal konden. Die bootreis was geen pretje. Ik was flink zeeziek en moest steeds overgeven. Via Amersfoort zijn we naar woonoord Teuge gegaan. Ik herinner me dat we eten kregen uit de gaarkeuken en dat eten vonden we niet altijd lekker. We brachten het dan naar de boeren in de omgeving en ruilden het om voor eieren, groente en fruit. Eigenlijk van alles wat de boeren op dat moment kwijt wilden. We leefden toen van heel weinig geld, ‘mau bikin apa nona’. Kleding konden we op afbetaling kopen bij de firma Israel. Na een paar jaar in Teuge te hebben gewoond, zijn we in verband met het werk van mijn man, naar woonoord Vaassen verhuisd. In het begin dacht ik: laten we gauw teruggaan naar Ambon. Maar we zitten nog steeds hier. Als ik aan de afgelopen jaren terugdenk...!”
Cois Werinussa
“Ik kwam met de New Australia en was toen 23 jaar oud. Vanuit Amsterdam vertrokken we naar Amersfoort, waarna we eerst in Schattenberg (Westerbork) terechtkwamen. Daar zijn we heel kort gebleven en verhuisden daarna naar Barneveld, vervolgens Geleen en daarna gingen we naar Venray. Daar hebben we het iets langer volgehouden, ongeveer acht jaar. In 1963 zijn we uiteindelijk in Eerbeek komen wonen.”

Jo Tallane-Nanulaitta
“Wij zijn niet met de boot gekomen, zoals de grote groep Molukkers, maar met het vliegtuig vanuit Nieuw-Guinea. Mijn man was 22 jaar oud en ik was 25 jaar. Ook wij gingen naar Amersfoort en kregen vervolgens Vlissingen als eerste standplaats. Daarna zijn we naar woonoord Haalderen vertrokken. In 1964 zijn we in Eerbeek komen wonen.”
Martinus Nahumury
“Ik kwam als kind naar Nederland. Ons gezin verbleef tussen 1951 en 1954 in Glanerbrug, een dorp niet ver van Enschede. Van Glanerbrug vertrokken we naar kamp Conrad waar we tot 1963 hebben gewoond. De laatste verhuizing was naar Eerbeek.”
Sien Castanja-Persulessy
“Na het klooster in Glanerbrug werden we in Rouveen in barakken gehuisvest. Vóór ons hebben in die barakken Joden gewoond. De barakken waren erg tochtig en koud, dus moesten we veel stoken. Op school kregen we aparte lessen Nederlands om de taal onder de knie te krijgen. Ook gingen we in de zomervakantie naar Nederlandse gastgezinnen. Op die manier leerden we Nederlands. Na de lagere school ben ik naar de huishoudschool in Meppel gegaan. In Rouveen heb ik mijn man ontmoet en daar is ook onze oudste dochter geboren. In 1963 zijn we naar Eerbeek verhuisd en in 1964 zijn we getrouwd. De eerste Molukse bruiloft in Eerbeek. Het feest werd gehouden in de zaal van voormalig hotel-café Nijk dat later de naam Spoorzicht kreeg.”
In Eerbeek speelt de Moluks Evangelische Kerk Silo nog steeds een grote rol. Op 10 oktober 1964 werd het kerkgebouw in gebruik genomen. In de beginjaren, toen de eerste generatie Molukkers de gemeente droeg, was Kerk Silo het centrum van het gemeenschapsleven.
Na het vieren van het 60-jarige bestaan van de GIM in 2024 bevindt Silo zich in een nieuwe fase. De gezamenlijke kerkenvisie met vier Nederlandse kerken in de gemeente Brummen is afgerond, waardoor de onderlinge samenwerking hechter is dan voorheen.
In 2025 kreeg het de status van gemeentelijk monument, waarmee de cultuurhistorische waarde officieel werd erkend en nieuwe mogelijkheden voor behoud en financiering ontstonden.
De werkgroep van Kerk Silo speelde een belangrijke rol bij het veiligstellen van de graven van de Molukse ex-KNIL-militairen en de totstandkoming van het Molukse monument op het Oranje Nassauplein.
Het monument, een stoel met de letters RE, Rijks Eigendom, in het hout gebrand is voor veel Molukkers herkenbaar. In de beginjaren kregen Molukse gezinnen meubilair met deze letters. Die stoel met de letters RE herinnert ons eraan hoe de beginjaren eruitzagen: tijdelijk, onzeker en afhankelijk van wat verstrekt werd. Het monument is een stem voor het verleden en een richting voor de toekomst. Het nodigt uit om te gaan zitten, om te luisteren en om verbinding te zoeken met alle groepen in de Eerbeekse samenleving. Een uitnodiging om samen de toekomst vorm te geven, geworteld in een gedeeld verleden en heden.
Vanuit de werkgroep van Kerk Silo werd ook het initiatief genomen om het 60-jarige bestaan van de Molukse gemeenschap in Eerbeek te vieren door in oktober 2024 een aantal activiteiten te organiseren in samenwerking met de bibliotheek. Het project kreeg de naam ‘Eén gemeente, veel culturen, meer gesprekken’ en bevatte o.a. een interviewproject waarbij kinderen met diverse culturele achtergronden volwassenen interviewden en de verhalen presenteerden tijdens een bijeenkomst.
Ga naar verslag en video-impressie