In de ogen van de Nederlandse regering zijn de gewelddadige acties van de jaren ’70 vooral een uiting van onvrede over de slechte positie van Molukkers in de Nederlandse samenleving. Daarom neemt men in de jaren daarna maatregelen om problemen op maatschappelijk gebied aan te pakken. Het Inspraakorgaan Welzijn Molukkers wordt opgericht als brug tussen de overheid en de Molukse gemeenschap.
In 1978 geeft de Nederlandse regering in de regeringsnota De problematiek van de Molukse minderheid in Nederland schoorvoetend toe dat “er gerede twijfel kan blijven of het sociaalpsychologisch verantwoord was de door de gebeurtenissen in Indonesië toch al gedesoriënteerde Molukse militairen onmiddellijk na aankomst in de voor hen vreemde omgeving hun status te ontnemen. De daardoor geschapen leegte heeft zich later gewroken.”
Begin jaren ‘80 starten onderhandelingen tussen de regering en de Badan Persatuan (BP), de grootste Molukse belangenorganisatie. Deze onderhandelingen monden in 1986 uit in een 'Gezamenlijke Verklaring' die wordt ondertekend door premier Lubbers en de voorzitter van de BP, dominee Metiarij. De eerste generatie krijgt een herdenkingspenning en een jaarlijkse uitkering.
Drugsgebruik en huisvestingsproblematiek worden aangepakt. En er komt een 'Duizend banenplan' om de grote werkloosheid onder jongeren te bestrijden; een maatregel die vruchten heeft afgeworpen. In de tijd dat het Indiëmonument in Den Haag wordt opgericht, krijgt de Molukse gemeenschap ook een monument van de overheid. Dat wordt een ‘levend monument’: het Moluks Historisch Museum in Utrecht. In dezelfde periode komt ook het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers tot stand om onderwijsachterstanden aan te pakken. Het motto van het zogeheten Minderhedenbeleid van de overheid luidt: Integratie met behoud van eigen identiteit.
In de jaren na de acties worden nog meer nieuwe wegen ingeslagen. Gezamenlijke terugkeer naar de Molukken wordt steeds meer losgelaten. Molukkers vinden hun plek in de Nederlandse samenleving en voelen zich medeverantwoordelijk voor het welzijn van de eigen gemeenschap. Jongeren besluiten bijvoorbeeld om zich te gaan inzetten als opbouwwerker of leerkracht Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur. Ook zijn er die het RMS-ideaal ter discussie stellen, zoals de beweging Gerakan Pattimura. Vrouwenemancipatie, taboes doorbreken, identiteit en belangstelling voor de eigen geschiedenis zijn belangrijke thema’s.

Sinds de jaren ’90 beseft de overheid dat het waardevol is om het erfgoed van minderheden te verzamelen en te bewaren. Grote instituten zoals het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek krijgen het als opdracht mee om te zorgen voor diversiteit. Zo ontwikkelt het Nationaal Archief samen met het Moluks Museum een database waarin alle gegevens van de Molukkers die in 1951 naar Nederland kwamen, te vinden zijn. In het Openluchtmuseum in Arnhem komt een barak uit het Molukse woonoord Lage Mierde te staan. En veel bibliotheken in gemeenten met een Molukse gemeenschap schaffen met behulp van het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers een Molukkencollectie aan.
Tegenwoordig vinden steeds meer organisaties het vanzelfsprekend om aandacht te besteden aan culturele en etnische minderheden. Er werken inmiddels mensen met een migratieachtergrond die andere gezichtspunten, kennis en contacten meebrengen.
De laatste dertig jaar zien we tegelijkertijd een verdere afbouw van de speciale relatie tussen Molukkers en de overheid. Dat geldt overigens voor alle etnische minderheden. De heersende visie is dat speciaal beleid op het gebied van integratie, zorg, welzijn, sport, arbeidsmarkt en onderwijs niet meer wenselijk is. Landelijke organisaties worden opgeheven of ondergebracht in grotere verbanden.
Al eerder waren de Molukse wijken die eerst rijkseigendom waren, overgedragen aan normale woningbeheerders, namelijk gemeenten en woningcorporaties. Bewoners èn oud-bewoners maken zich hard voor het behoud van hun wijk. De wijken worden gezien als Moluks erfgoed in Nederland, als plaatsen van cultuuroverdracht en identiteit.
Inmiddels doet de vijfde generatie haar intrede, veelal van gemengd Nederlands-Molukse afkomst. Veel jongeren willen meer weten over hun Molukse achtergrond en dragen hun identiteit met trots uit. De veerkracht is groot gebleken hoewel de behoefte aan erkenning van de pijn uit het verleden en onderwijsachterstanden nog altijd actueel zijn.
Als jongere je eigen geschiedenis begrijpen is essentieel voor je identiteitsontwikkeling en hoe je je verhoudt tot de ander. Daarom blijft kennisoverdracht actueel. Als leerling op school over je eigen geschiedenis leren, als onderwijsgevende uitleg geven vanuit verschillende perspectieven en verankering van de Moluks-Nederlandse geschiedenis in het collectieve geheugen van alle Nederlanders, zijn daarbij van grote waarde.
Het vastleggen en uitdragen van de Molukse geschiedenis en cultuur krijgt vanaf 2018 een nieuwe impuls als de overheid de subsidieregeling ‘Collectieve Erkenning van Indisch en Moluks Nederland’ in het leven roept. Al eerder, in 2001, was er de regeling ‘Het Gebaar’.
Steeds vaker klinkt de roep om de Molukse en Indische geschiedenis een vaste plaats te geven in het reguliere onderwijs. Om daar handen en voeten aan te geven is het adviesrapport Deel en verbind van de commissie ‘Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië’ in februari 2023 aan de staatssecretaris van VWS aangeboden.
Onder het motto ‘Kennis is de sleutel tot erkenning’ start in 2023 dit educatieve platform Molukse Voetstappen. Daarmee wordt de erfenis voortgezet van het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers (1987-2013).
Makers van de kerndoelen in het onderwijs krijgen van de minister van OCW de opdracht dat thema’s als koloniaal verleden en migratiegeschiedenis stevig moeten worden verankerd in het curriculum. In 2031 moet dit op scholen zijn doorgevoerd.
De laatste vijfentwintig jaar is binnen de Molukse gemeenschappen een nieuwe traditie van herdenken ontstaan vanuit de behoefte om de eigen geschiedenis in Nederland vast te leggen en onder de aandacht te brengen. Dat begint met een landelijke herdenking van de aankomst, die in 2001 in Rotterdam wordt georganiseerd. Vervolgens verschijnen talrijke boeken waarin oud-bewoners over hun woonoord vertellen. Ook de geschiedenis van de wijken wordt steeds meer vastgelegd. Kunst, cultuur en tradities van de Molukse gemeenschappen worden gedeeld in publicaties, documentaires, tentoonstellingen en herdenkingen.
Dat Molukkers inmiddels volop in Nederland geworteld zijn, is letterlijk zichtbaar in de monumenten die overal verschijnen en het toekennen van een speciale status aan de graven van de eerste generatie. Met deze initiatieven hebben lokale werkgroepen al veel bereikt. Gemeenten werken daar graag aan mee. Men ziet de monumenten als teken van erkenning van pijn uit het verleden, van verbondenheid en – waar nodig – van verzoening.
Na tien jaar voorbereiding vindt op 21 juni 2026 de inhuldiging plaats van nationaal monument Ulu Kora op de Lloydkade in Rotterdam. Minister-president Jetten is hierbij aanwezig en spreekt excuses uit: “Voor het harteloze en eerloze ontslag als militair, voor de gebrekkige opvang en huisvesting, voor niet gezien en in de steek gelaten worden, voor het onvervulde verlangen naar thuis, voor het verdriet en de pijn in zoveel Molukse gezinnen, daarvoor bied ik vandaag namens de Nederlandse regering excuses aan. Excuses aan de Molukse gemeenschap. Het is niet alleen hoog tijd. Het is ook nodig, willen we verder komen met elkaar. Want excuses krijgen pas betekenis door de daden die er op volgen. Hoe dat ‘verder komen’ er precies uit moet zien, is niet in beton gegoten. U, als Molukse gemeenschap in Nederland, hebt daar een grote en belangrijke stem in. Ook de mensen die hier vandaag niet zijn. Maar één ding is zeker: erkenning van het verleden begint met historische kennis.”
In de Tweede Kamer is de week ervoor al een motie aangenomen om onderzoek te doen naar de geschiedenis van Molukkers.
In de eerste decennia van het verblijf van Molukkers in Nederland was er weinig contact met het moederland. Tegenwoordig is dat heel anders. Veel Molukkers gaan regelmatig op vakantie naar de Molukken en brengen een bezoek aan het dorp waar hun familie oorspronkelijk vandaan komt. De verbondenheid is groot en leidt vaak tot allerlei hulpinitiatieven zoals de bouw van een gezondheidscentrum of een studiebeurs voor jongeren. Globalisering en internet vergemakkelijken de uitwisseling van de Molukse cultuur op de Molukken en die in Nederland.